Categorieën
Beleid Media Politiek

Hervorming publieke omroep: minder bestuurders, eenvoudiger bestel en meer openheid voor nieuwe geluiden

Door ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

Om in een dynamisch medialandschap van belang te blijven voor de samenleving moet de landelijke publieke omroep fors hervormd worden. Minister Eppo Bruins (OCW) wil de publieke omroep eenvoudiger inrichten. Zo wil hij dat de huidige omroepen opgaan in 4 of 5 omroephuizen naast de NOS. Deze omroephuizen komen blijvend in het bestel. De huidige systematiek van erkenning, toetreding en uittreding van omroepen vervalt. Het hebben van een vereniging en een bepaald aantal leden is niet meer verplicht. Bruins wil minder bestuurders, vaste bestuurstermijnen en meer vaste aanstellingen voor medewerkers. Vandaag stuurt de minister zijn voorstel naar de Tweede Kamer.

Minister Bruins: ,,Een sterke en onafhankelijke publieke omroep is van groot belang voor onze democratie. Hij fungeert als verbinder, betrouwbare informatiebron en plek voor creativiteit en verbeeldingskracht. Het doel van deze hervorming is dat de omroep ook in de toekomst zichtbaar en vindbaar blijft en meer openstaat voor geluiden uit de samenleving. Dat willen we bereiken met minder spelers, minder bestuurders, minder versnippering van budgetten en minder overheidsbemoeienis. Zodat kijkers en luisteraars met een divers aanbod ook in de toekomst goed worden bediend en medewerkers meer baanzekerheid hebben.”

Drie hoofdlijnen voor hervormen landelijke publieke omroep:

  1. Meer flexibiliteit en stabiliteit
  • Het systeem waarbij omroepen elke vijf jaar toe- en uittreden op basis van ledenaantallen verdwijnt.
  • In de gewijzigde Mediawet wordt vastgelegd dat omroepen gezamenlijk de perspectieven, geluiden en behoeften van de samenleving in het aanbod een plek moeten geven.
  • Omroepen worden op onafhankelijke wijze beoordeeld of zij nieuwe geluiden vertalen in aanbod.
  1. Minder bestuurders, meer baanzekerheid voor medewerkers
  • De 11 huidige omroepverenigingen worden ondergebracht in vier of vijf omroephuizen, naast de NOS.
  • Elk omroephuis krijgt een bestuur en een Raad van Toezicht met maximale zittingstermijnen. Omroephuizen nemen de rol van de huidige omroepverenigingen over. Makers zijn in dienst van het omroephuis dat verantwoordelijk is voor de invulling van het programma-aanbod.
  • Het budget wordt op een heldere manier verdeeld over minder omroephuizen dan dat er nu omroepen zijn. Hierdoor kunnen meer medewerkers een vast contract krijgen. Omroephuizen en hun makers krijgen meer grip op welke programma’s ze kunnen maken. Dat zorgt voor meer baanzekerheid en daarmee voor sociale veiligheid.
  • De NTR zal niet in één omroephuis opgaan. In een zorgvuldig vervolgproces zal goed gekeken worden hoe het mooie en waardevolle type aanbod dat door de medewerkers van de NTR gemaakt wordt een plek krijgt in het bestel.
  1. Meer samenwerking en duidelijkere rollen
  • Minder bestuurders betekent snellere en heldere besluitvorming.
  • De NPO verdeelt budgetten niet altijd meer op basis van individuele programmavoorstellen. De NPO behoudt een coördinerende rol maar kan deze lichter invullen doordat er minder spelers zijn.
  • Omroephuizen bepalen net zoals de omroepen nu zelf de inhoud van de programma’s. Zogenoemde buitenproducenten (commerciële bedrijven die niet tot het bestel horen) moeten hun ideeën rechtstreeks bij hen pitchen, dit kan niet langer via de NPO.
  • De heldere rolverdeling zorgt voor een grotere sociale veiligheid voor medewerkers.
  • De minister bepaalt niet langer welke omroepverenigingen een plek krijgen in het bestel. Dat versterkt de onafhankelijkheid van de publieke omroep.
  • Het Commissariaat wordt de enige externe toezichthouder binnen de sector. De enkele toezichttaken die bij de NPO liggen gaan naar het Commissariaat.

Bruins: ,,Een aantal maatregelen grijpt fundamenteel in op hoe de landelijke publieke omroep is georganiseerd. Dat heeft ook gevolgen voor de mensen die er werken, omdat er veel zaken gaan veranderen. Dat besef ik. Maar als we willen dat de omroep er toe blijft doen, moeten we behouden wat waardevol is en durven veranderen wat noodzakelijk is.’’

Vervolgstappen
Een aantal thema’s moet nog nader worden uitgewerkt, bijvoorbeeld de rolverdeling tussen omroepen en de NPO en de clustering van de huidige ledenomroepen in de omroephuizen. Daarover gaat de minister met de NPO, omroepen, het Commissariaat voor de Media en de Raad voor Cultuur in gesprek. Ook consulteert hij commerciële partijen over de onderwerpen van de hervorming die hen raken.

De minister gaat op 14 april met de Tweede Kamer in gesprek over de voorstellen. In het voorjaar van 2026 gaat een wetsvoorstel om de Mediawet aan te passen in internetconsultatie. De hervorming treedt naar verwachting in 2029 in werking.