Home

  • POËZIE

    DE WOLKEN

    Ik droeg nog kleine kleeren, en ik lag
    Lang-uit met moeder in de warme hei,
    De wolken schoven boven ons voorbij
    En moeder vroeg wat ‘k in de wolken zag.

    En ik riep: Scandinavië, en: eenden,
    Daar gaat een dame, schapen met een herder –
    De wond’ren werden woord en dreven verder,
    Maar ‘k zag dat moeder met een glimlach weende.

    Toen kwam de tijd dat ‘k niet naar boven keek,
    Ofschoon de hemel vol van wolken hing,
    Ik greep niet naar de vlucht van ’t vreemde ding
    Dat met zijn schaduw langs mijn leven streek.

    – Nu ligt mijn jongen naast mij in de heide
    En wijst me wat hij in de wolken ziet,
    Nu schrei ik zelf, en zie in het verschiet
    De verre wolken waarom moeder schreide –

    Martinus Nijhoff (1893-1954)

  • Limerick

    BAARS
    BAARS

    Een bijziende baars uit Boelenslaan
    zag een snoek voor ’n lekker maaltje aan
    Helaas had hij pech
    en was hap-slok weg
    De snoek was ‘vol’daan en liet geen traan

    © Sjoerd Vriesema