Home

  • POËZIE

    AANVAARDING

    Toen ik jong was, bestond ik in vormen
    Van het leven, dat komen zou:
    Een vervoerend de wereld doorstormen,
    Een lied en een eindlijke vrouw.

    Het is bij dromen gebleven;
    Ik heb, wat een ander ontsteelt
    Aan het immer weerbarstige leven,
    Slechts als mogelijkheden verbeeld.

    Want ik wist door een keuze verloren
    Ieder ander verlokkend bestaan.
    Ik heb dan ook niets verkoren,
    Maar het leven is voortgegaan.

    En het eind, dat ik wilde ontvluchten,
    Is de aanvang gelijk, die het had:
    Onder Hollandse regenluchten,
    In een kleine Hollandse stad.

    Ingelijfd bij de bedaarden
    Wordt het hart, dat geen tegenstand bood.
    Men begint met het leven te aanvaarden
    En eindlijk aanvaardt men de dood.

    J.C. Bloem (1887-1966)

  • Limerick

    GEHAKKETAK
    GEHAKKETAK

    Zij is agente, hij een fraudeur

    in hun relatie ontstond een scheur

    want onder één dak

    geeft gehakketak.

    Het stel kan niet langer door één deur.

    © Sjoerd Vriesema